Een onzichtbaar lab moet de schatten van het Amsterdamse Bos weer zichtbaar maken
%2Fs3%2Fstatic.nrc.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F05%2F12123057%2F140526WET_2033436015_5.jpg&w=1280&q=100)
Hoe kunnen midden in een bos een paar bomen opvallen? En hoe kan het grootste stadsbos van Nederland, het Amsterdamse Bos, meer onderdeel worden van de stad? Midden in het Amsterdamse Bos is een zogeheten bos-lab ingericht, om deze en andere vragen te onderzoeken.
Een bos-lab is voor het ongetrainde oog niet direct herkenbaar. Er staat geen meetapparatuur, zelfs geen bordje dat hier onderzoek wordt verricht. Maar toch is er iets anders aan dat groepje metasequoia’s daar in een hoekje van het bijna duizend hectare omvattende bos. Rond de vijf grote naaldbomen groeit alleen lage vegetatie. Dat is geen toeval, maar het gevolg van een ingreep, vertelt landschapsarchitect en onderzoeker Eva Willemsen tijdens een fietstochtje door het bos. Om deze bomen de ruimte te geven, moest er flink gekapt en gemaaid worden. Tot twee jaar geleden waren deze bomen omgeven door struiken en opkomende bomen en vielen ze weg in het groene landschap.
:format(webp)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/12123026/140526WET_2033436015_3.jpg)
Eva Willemsen.
Foto Sammy Jo MullerIn totaal zijn er zeven van dergelijke locaties in het bos. Ze zijn onderdeel van een jarenlang onderzoek naar de rol en betekenis van het stadsbos, vertelt Eva Willemsen (33). Dat is nodig, want het stadsbos hoort nergens echt bij: het is geen natuurbos en geen productiebos. Wat precies de waarde en functies ervan kunnen zijn, daar is onduidelijkheid over.
Haar promotieonderzoek valt binnen het domein van de urban forestry-onderzoeksgroep van de TU Delft. Urban forestry is de studie naar de theorie en praktijk van door bomen gedomineerde groene ruimtes in de stad, legt universitair hoofddocent René van der Velde telefonisch uit. In Nederland staan vaak meer bomen in de stad dan in het omliggende platteland, zegt hij.
Haar onderzoek van Willemsen richt zich op ecologie en biodiversiteit, klimaatadaptatie en op de beleving van bezoekers. Ter vergelijking kijkt ze ook naar enkele andere Europese stadsbossen, zoals het Epping Forest in Londen en het Bois de Boulogne in Parijs.
WerkverschaffingKenmerk van het stadsbos is dat het bijna altijd ontworpen is en een belangrijke sociale functie heeft. Het ontwerp van het Amsterdamse Bos is geniaal, vindt Willemsen. Die aanleg, uitgevoerd als onderdeel van de werkverschaffing in de jaren dertig van de vorige eeuw, was een enorme klus.
Het Amsterdamse Bos is bovenal een sociaal bospark, zegt Willemsen. Dat houdt in dat het een sociaal doel heeft, het is er voor de bewoners van de stad. Zoals een commissie met daarin onder meer natuurbeschermer Jac. P. Thijsse het verwoordde in 1931: „Het bos moet aan een zo groot mogelijk deel van de bevolking van Amsterdam en omgeving gelegenheid bieden tot passieve en actieve ontspanning.”
Bijzonder is hoe de ontwerpers hebben kunnen bedenken hoe het bos er na tientallen jaren uit zou zien, zegt Willemsen. Er zijn doorkijkjes, hoogteverschillen, waterpartijen, delen die meer als een park ontworpen zijn, andere delen zijn meer natuurlijk bos of aangelegd als arboretum met bijzondere bomen uit diverse continenten.
:format(webp)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/12122927/140526WET_2033436015_1.jpg)
Medewerkers van de beheerorganisatie van het Amsterdamse Bos brengen de biodiversiteit in kaart.
Foto Sammy Jo MullerDat oorspronkelijke ontwerp is in de loop van de jaren minder zichtbaar geworden. Lange tijd is de trend in het beheer geweest om niet te veel in te grijpen, vertelt Willemsen. Het uitgangspunt van dat ecologisch beheer was de natuur haar gang laten gaan. Dat heeft niet altijd of niet meer het gewenste effect, vindt ze. Met wat meer ingrepen, die ze „interpuncties” noemt, kunnen „accenten gezet” worden op een bepaald deel van het bos.
Aanvankelijk klinkt het wat abstract, maar in het bos is het effect duidelijk zichtbaar. Vaak komt het neer op het weghalen van de spontane begroeiing. Dat kan gaan om jonge zaailingen, maar ook om grotere bomen. Zo lopen bezoekers niet meer door een ononderbroken haag van groen, maar is er variatie.
„Er zijn heel veel kleine cultuurlandschapjes in het bos. En als je die wilt behouden, moet je ingrijpen. Anders krijg je een soort Rusland-toendra. Kilometers allemaal hetzelfde. Dat is ook natuur, maar dat willen we niet”, zegt beheerder Maxim Blauw (32) van het Amsterdamse Bos, een van de mensen met wie Willemsen veel samenwerkt.
Lees ook
‘Amsterdam is een van de wereldsteden met de meeste bomen’
Bij dat ingrijpen gaan soms tientallen jonge bomen om. Daar stellen bezoekers wel vragen over, zegt Blauw. Maar als je uitlegt wat het doel is en ze uiteindelijk het resultaat zien, snappen ze het meestal wel. Zoals bij een plek waar een stroompje meer zichtbaar is gemaakt. De brandnetels en andere snelgroeiende planten worden gemaaid en dat maaisel wordt afgevoerd. Daardoor wordt de grond armer en is de hoop dat planten die daarvan houden, zoals orchideeën, terugkomen. „Ik zie nu al dat de brandnetels korter zijn dan vorig jaar.”
Variatie, dat is het streven. „Vanuit architectuuronderzoek is bekend dat als er verrassingen achter elkaar zijn, mensen gaan vertragen”, zegt Willemsen. „Ook van het bos wordt gezegd dat mensen daar vertragen. Maar hoe hou je mensen langer in het bos in plaats van dat ze van A naar B gaan? Dan wordt een bezoek een soort doorgaande route, of even een snel rondje, maar je bent je niet helemaal bewust van wat je nou hebt ervaren.”
Het Amsterdamse Bos wordt in eigen stad en omgeving maar matig gewaardeerd, vinden Willemsen en Van der Velde. Er komen veel bezoekers uit de omgeving, maar lang niet iedereen heeft door hoe bijzonder dit bos is. De ligging werkt wat dat betreft niet mee. „Het Amsterdamse Bos is een soort eiland in de stad. De vraag is hoe het meer kan worden verweven met de opgaven op sociaal en cultureel terrein, maar ook wat betreft klimaat. Daar is nog geen vorm aan gegeven”, zegt Van der Velde.
Dit bos, ruim negentig jaar oud, bevindt zich in de „puberfase”, zegt Willemsen. „Hoe kunnen we het aanpassen, bijsturen en beheren zodat het echt tot zijn recht komt?” Waarbij ze één ding al weet. „Een stadsbos is nooit af.”
:format(webp)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/12123050/140526WET_2033436015_4.jpg)
Boomstronken onder een viaduct dienen als brug voor insecten.
Foto Sammy Jo MullerLees ook
In De Weelen staan de eerste sprietjes van een nieuw bos – maar de rest van Nederland blijft achter
nrc.nl




%2Fs3%2Fstatic.nrc.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F05%2F13154619%2F140526BIN_2032966813_2.jpg&w=1280&q=100)